Andersom denken

media_xl_3814288
Bij reéel gevaar worden we juist rustig en kalm

Je kan van binnenuit denken  (innerlijk gericht) en van buiten-naar-binnen  denken (uiterlijk gericht). Twee kanten van dezelfde medaille overigens. Ieder mens heeft beide nodig. De vraag is waar de juiste balans ligt. Uitgangspunt voor innerlijk gericht denken is dat we onder extreme omstandigheden ons denken uitschakelen en instinctief reageren (vluchten, vechten, bevriezen). We kunnen effectiever functioneren als we in staat zijn om zo min mogelijk te piekeren over morgen. Aanwezig zijn in het “nu” haalt je uit de tirannie van het overlevingsdenken: “Heb ik wel genoeg geld ?” “Hij vindt mij vast niet goed genoeg, ik mag geen fout maken.” “Ik schaam me zo voor mijn…” Hoe beter je jezelf kent, des te meer innerlijke rust, kracht, intuïtie en creativiteit.

Human what
Innerlijk gericht denken wordt gekoppeld aan stilte, mediteren en Oohw. – Uiterlijk gericht denken wordt gekoppeld aan beweging: effectieve en efficiënte controle.

Bij uiterlijk gericht denken gaan we ervan uit dat we beter functioneren als we ons denkvermogen juist meer en beter gebruiken. Ons probleemoplossend vermogen kan alle complexe en onverwachte uitdagingen van buiten aan.  Hoe beter je de buitenwereld begrijpt, des te meer succes in je carrière en des te meer mogelijkheden (geld, bezit, macht, etc).  We worden thuis en op school van jongs af aan getraind in uiterlijk gericht denken, want we moeten leren functioneren in de maatschappij.  We moeten daarvoor allerlei tests ondergaan: examens, sollicitaties, pitches, audities, etc. Hoe beter we zijn, des te meer controle we hebben op anderen en op de buitenwereld. Het rationele denken is daarbij de basis voor alles. 
 

death_by_cold_wind_of_death
Extreem uiterlijk gericht denken brengt vervreemding.

Extreem uiterlijk gericht denken leidt tot vervreemding van het ‘ware’ zelf. Het brengt een grote innerlijke leegte met zich mee, als je langdurig je aanpast aan de sociale verwachtingen en eisen van de groep waar je bij wilt horen.

Extreem innerlijk gericht denken leidt tot wereld vreemdheid en onaangepast gedrag. Voor de innerlijk gerichte denkers is imaginatie het belangrijkste hulpmiddel om de wereld aan te kunnen. Hun binnenwereld is de werkelijkheid en de buitenwereld is niet meer dan een schaduw op de wand; een indirecte weergave van de innerlijke werkelijkheid. Een essentieel onderdeel van de binnenwereld is het onderbewuste en haar onmetelijke mogelijkheden. Innerlijk gerichte denkers weten uit ervaring hoe groot de krachten van het onderbewuste zijn en ze hebben geleerd ze te gebruiken. Er zijn bepaalde universele wetten.

“Je trekt aan wat je aantrekt”

Dit is zo’n wet. Je trekt de buitenwereld aan die bij je binnenwereld past. Datgene waar je binnenwereld de meeste aandacht aan geeft, geef je uiteindelijk ook vorm. Als je intens gelooft dat je niet goed genoeg bent, zal je ook steeds situaties meemaken die dat “bewijzen”. Je krijgt altijd de bevestiging waar je om vraagt.  Door je denkwijze te veranderen, kan je jouw buitenwereld veranderen.

 Eigen denken ter discussie: andersom denken

Het komt bijna niet voor dat we ons denken ter discussie stellen. Mijn ervaring is dat levenscrises opdoemen vanwege het verwaarlozen van ons innerlijke “ik”. Het  overlevingsdenken is een tiran, die ons op onze knieën dwingt met angstbeelden. Angst voor wat er mis kan gaan in de toekomst en voor wat er in het verleden gebeurd is. Het schijnt dat alle crises in ons leven ons steeds weer terugwerpen op die fundamentele vragen waar we in de dagelijkse drukte niet aan toekomen. De vragen die een dertiger heeft zijn anders dan de (midlife crisis) vragen van een  veertiger, maar beide worden teruggeworpen op zichzelf en een aantal fundamentele vragen.

“Ik ben nu dertig en het wordt tijd dat ik keuzes ga maken. Vroeger had ik alle tijd, maar nu wil ik iets van mijn leven maken. Ik kan niet mijn hele leven blijven aanklooien”.  De veertiger krijgt het benauwd, omdat zijn fysieke krachten voor het eerst merkbaar afnemen. De top van het ‘alles kunnen’ is geweest:”Wat wil/kan ik nu nog en vooral wat heb ik allemaal nog niet gehad dat er wel had moeten zijn. “

De innerlijk gerichte denker begrijpt dat de oorzaak van deze onzekerheid ligt bij een structureel vereenzaamd, verwaarloosd en ondervoed innerlijke ‘ik’. Het uiterlijke “ik” (persoonlijkheid) en het innerlijk (ziel) zijn gesplitst.

Het is van belang om anders te gaan denken dan je gewend bent. Een innerlijk gericht denker kan zo leren dat de buitenwereld een onmisbare bron voor groei is. Een kluizenaar die 20 jaar mediteert, leert weinig van anderen en de natuur. Boeddha heeft expliciet benoemd dat dit niet de weg is. “Andersom denken” is essentieel voor het individuatie proces. Jung betoogde al dat volwassenheid onthechting betekent van alle projecties: alle -ismen en uiteindelijk ook het eigen denken. Zo worden we weer heel – uit één stuk; eenvoudig. Het woord individu betekent overigens: “niet-gedeeld” “Niet-gedeeld” zijn wil hier zeggen dat innerlijk en uiterlijk gericht denken geïntegreerd is in één mens.